Dreaming in Livings

Dreaming in Livings

Een publicatie in het kader van de tentoonstelling Living in Dreams, samengesteld door Els Fiers en Frank Koolen, van 18 feb tot 23 april 2017 in CC De Bond in Brugge.

Tekst & interview door Els Fiers

Bijdragen van Morgan Betz, Pim Blokker, Sara Bomans, Anton Cotteleer, Bas Fontein, Kendell Geers, John Isaacs, Laurent Jourquin, Frank Koolen, Jaap Kroneman, Nishiko, Savage, Lieven Segers, Dennis Tyfus en Roy Villevoye.

English version please see below

Dreaming in livings voorblad zalmroze.jpg

 

1. Eén vraag
Dreaming in Livings is een verzameling gedachten en observaties van kunstenaars die deelnemen aan de tentoonstelling Living in Dreams. Verbeelding en droom zijn geen holle begrippen voor hen, daarom stelde ik iedereen deze vraag: ‘zijn dromen relevant voor je werk, gebruik je ze en zo ja, hoe?’ De antwoorden zijn verschillend en heel persoonlijk, soms grappig, soms verdrietig, kort, lang, academisch, ontroerend, logisch of simpelweg geniaal. Onder de 27 kunstenaars die we uitnodigden bevinden zich een paar uitzonderlijk goeie schrijvers. Hun bijdragen zijn onbetaalbaar. Maar eerst nog dit.

2. Mini-essay
Kunstenaars, zo is geweten, voeren je soms mee naar een andere werkelijkheid. Waarom ze dat doen is een gewichtige vraag, met eindeloos veel antwoorden. Dat ze het doen is misschien het belangrijkste, zonder andere werkelijkheden rest ons enkel het eeuwige hier. Een paar voorverbeeldingen.

– Een kerel met een erg grote hand (uit Polis X, 2012, Erkka Nissinen)
Een enorme, harige opblaastafel. (Last Night Was Different, 2015, Tom Dale)
Een yogi die boven de daken zweeft (uit Flexure, 2016, Bedwyr Williams)

3. Living in Dreams

Andere werkelijkheden zijn aan te bevelen. Ze brengen vreugde en ontspanning, en nu en dan zelfs verklaringen voor situaties die onoplosbaar zijn. In boeken wint de liefde het van de tijd. Troost en verzoening, in werkelijkheid soms pijnlijk zeldzaam, komen in fictie regelmatig voor. Nachtmerries, de dromen die ons helpen met onze angsten om te gaan, worden door kunstenaars zichtbaar gemaakt, denk maar aan Goya. Als je ergens moet zijn voor een leven dat intenser en misschien zelfs gelukkiger is, slechts één adres. Verbeeldingswerelden en droomwerelden lijken erg op elkaar, én ze ondersteunen elkaar. Voor kunstenaars is het erg van tel er veel in te vertoeven. Soms is er niet eens een grens en vloeit verbeelding over in de werkelijkheid. Dat hoort ook zo. Hoe reëler een droombeeld in je hoofd, des te groter de kans dat het werkelijkheid wordt. Wensen en idealen, want ook dat zijn dromen, kunnen je glashelder voor ogen staan. Mensen hebben zich ooit een wiel voorgesteld. In hun verbeelding bestond een bronzen atleet, een gloeilamp of een middel tegen tbc. Enige tijd later werden de droombeelden werkelijkheid, en veranderden ze het aanschijn van de wereld. Oscar Wilde schreef dat verbeelding liefde is, of misschien schreef hij het niet.

4. Helaas
Helaas kunnen we niet alleen in onze verbeelding leven. Als we dat werkelijk zouden doen, zouden we verhongeren en sterven. Living in Dreams is een probleemsituatie. Het is een onmogelijkheid. Maar dat willen we, wat deze tentoonstelling betreft, juist graag. Waarom zou je niet op de rand van de vulkaan willen dansen? Waarom niet beweren dat net dromers de allergrootste realisten zijn?

Living in Dreams breekt een lans voor de verbeelding. We kozen naïeve, wrede, absurde, intense, paradoxale droom- en andere beelden uit, maar zeker weet je het nooit. Soms is een droom idyllisch tot je hem vertelt, dan blijkt hij plots angstaanjagend. Of omgekeerd, blijkt er iets moois te ontkiemen in een nachtmerrie. Zo is ook het werk dat we laten zien. Maar we willen niet voorbij gaan aan het hier en nu. Living in Dreams is een poort naar een andere dimensie. Wie zich veel met andere werelden inlaat, moet ook regelmatig terugkeren. Terug naar de rompslomp en de verkeersellende, de afbetalingen en de spaghetti die elke keer overkookt. Er is geen andere mogelijkheid. Maar voor degenen die deelnemen staat de poort altijd open, en zijn de mogelijkheden onbegrensd. Dat willen we delen. De poort staat namelijk open voor iedereen.

5. Wie
Vrijwel alle kunstenaars op Living in Dreams stappen continu door de spiegel, naar daar en weer terug. Evident is dat niet, heel wat kunst vloeit voort uit een andere bron, verbeelding is niet noodzakelijk een onderdeel van een werk, of van de totstandkoming van een werk. Voor alle duidelijkheid, verbeelding is voor ons geen kwaliteitscriterium. Het is een keuze, of een factor die we graag omarmen. 27 kunstenaars nemen deel: Nel Aerts (BE), Feiko Beckers (NL), Morgan Betz (NL), Pim Blokker (NL), Sara Bomans (BE), Melanie Bonajo (NL), Kim David Bots (NL), Vaast Colson (BE), Anton Cotteleer (BE), Tom Dale (GB), Bas Fontein (NL), Kendell Geers (ZA), HeHe (GB, DE), Gerard Herman (BE), Laurent Jourquin (BE), John Isaacs (GB), Frank Koolen (NL), Jaap Kroneman (NL), Nishiko (JP), Erkka Nissinen (FI), Sarah & Charles (BE), Savage (GB), Lieven Segers (BE), Dennis Tyfus (BE), Roy Villevoye (NL), Heidi Voet (BE) en Bedwyr Williams (GB).

Frank Koolen (kunstenaar) en Els Fiers (criticus & schrijver) zijn gastcuratoren en samenstellers van Living in Dreams. Aan de basis ligt onze wens om kunstenaars samen te brengen met een bepaalde, kritische en humoristische ingesteldheid, en na te gaan wat er gebeurt wanneer hun werk en energie in één ruimte terechtkomt. Maar wat we natuurlijk echt willen, is een tentoonstelling te maken zoals we ze droomden.
6. De antwoorden
Vijftien kunstenaars gaven antwoord op de vraag: zijn dromen relevant voor je werk, en als dat zo is, hoe gaat dat dan? Dit is wat ze schreven:

 

Dennis Tyfus

Dromen zijn zeer relevant in mijn in de realiteit gemaakte werk, vooral wanneer ik ze me herinner, wat per uitzondering gebeurt. Zo heb ik onlangs een verwarming als instrument gebruikt tijdens een concert terwijl er een fles champagne werd ontkurkt en leeggedronken door de verbijsterde toeschouwer.

 

Sara Bomans

Ik teken mijn werkelijkheid. Maar mijn dromen lijken vaak zo echt dat ik ze voor de zekerheid ook maar teken. Door een fijne afwijking in mijn hersenen lees ik de realiteit ook vaak verdraaid. Op enkele gênante gedachten na maakt dat mijn wereld meestal een pak interessanter.  In mijn tekeningen zijn de personen meestal gewoon roze – vaak wordt dat geïnterpreteerd als naakt (stoort mij niet), misschien is het eerder de open ‘naakte’ ziel – kwetsbaarheid in eerlijkheid. In dromen heb je ook geen harnas tegen wat komt.
Sommige elementen uit dromen liggen al jaren op artistieke vertaling te wachten. Ik heb ooit opgezocht wat ze betekenden maar dat sloeg nergens op. Harige stukken mens op het strand, een televisie met sneeuwscherm in een bergrivier, herten die uit een ondergelopen fundering klimmen, trollen die aanvaard willen worden…

 

Lieven Segers

Het antwoord op uw vraag is
misschien wel, misschien niet

 

Jaap Kroneman

Roy Orbison – In Dreams

A candy-colored clown they call the sandman
Tiptoes to my room every night
Just to sprinkle star dust and to whisper
“Go to sleep, everything is alright”

I close my eyes then I drift away
Into the magic night, I softly say
A silent prayer like dreamers do
Then I fall asleep to dream my dreams of you

In dreams I walk with you
In dreams I talk to you
In dreams you’re mine all the time
We’re together in dreams, in dreams

But just before the dawn
I awake and find you gone
I can’t help it, I can’t help it if I cry
I remember that you said goodbye

It’s too bad it only seems
It only happens in my dreams
Only in dreams
In beautiful dreams.

 

Bas Fontein

Ik gebruik dromen als een soort thermometer voor mijn onbewustzijn.
Ik denk dat mijn onbewustzijn me vertelt wat me écht interesseert,
de bron van mijn ideeën,
dus als ik wakker word en me een droom of fragment herinner,
ga ik altijd even na wat het me vertelt,
de ene keer gebeurt dit weken niet, soms een aantal dagen achter elkaar,
de ene keer kan ik er niets mee,
de andere keer loop ik er een week mee rond,
soms schrijf ik ze op.
Wat betreft beeldtaal: ik denk niet dat ik dat gebruik.

 

Kendell Geers

There is a world, pressing up, so tightly against this world and with such pressure that most people are blind to see it. Artists have always lived and worked on the blade between worlds, between the gutter, the street and the royal table, between the sacred and the profane, between the vulgar and the virile, between the five sensible senses and the rest.

It is through signs, symbols, omens, synchronicity and chance that this other world speaks out loud, manifesting intentions beyond our boxes of rational disarming and alarming diffusion. Mallarmé warned that “A Throw of Dice Never Will Abolish Chance.”

In dreaming and through hypnogogic experience, we hallucinate away these three dimensions of five senses and enter in to the unknown world of pure experience. The gifted artist can open and shut the doors of perception that divides multidimensional worlds, uniting them as one. The true artist does not create, so much as channels, giving three dimensional physical form to the multi dimensional formless spirit, manifesting the unmanifest.

 

Anton Cotteleer

De droom als wensdroom speelt nauwelijks een rol in mijn werk. Maar de droom als een andere staat van bewustzijn heeft er wel een plaats. De droom als een angstbeleving, als een vorm van trance of een onwerkelijkheidsgevoel, heeft dat ook. Om werk te maken verplaats ik mij met mijn gedachten naar een andere wereld, mijn droomwereld, die niet noodzakelijk een zoete droomwereld is. Mijn (droom-)wereld heeft zich door de jaren heen gevormd en is opgebouwd uit een hoop archiefmateriaal dat in mijn geheugen zit. Het bevat gerealiseerd werk maar ook ervaringen uit mijn eigen leven, herinneringen aan omgevingen, aan foto’s en plaatsen, angsten, etc. In mijn recente publicatie, Behind the curtain, zoom ik in op oude familiefoto’s. Door dat proces (van selecteren en inzoomen) vervagen de foto’s en doen ze denken aan een droombeeld zoals je ze ziet in films. Ze zijn vatbaar voor interpretatie en staan voor mij ook dichter bij de herinnering. In mijn werkproces probeer ik soms op een extreem objectieve manier naar mensen en interieurs te kijken. De absurditeiten in onze omgeving worden dan meer zichtbaard en voelen dan zeer surreëel aan. Dat kan een onwerkelijkheidsgevoel met zich meebrengen. Het leven voelt dan aan als een droom.

 

Nishiko

No I don’t think I use my dreams in my work, but daydreams play a big role.

 

Morgan Betz
Ik droom erg levendig maar het relateert nooit direct aan mijn werk.
Verder heb ik ook nooit het gevoel helemaal klaarwakker te zijn.

 

Frank Koolen

Dromen vormen extra verhaallijnen naast mijn belevenissen in de realiteit zoals die ik ervaar.
Ik geloof niet dat ze iets betekenen.
Het zijn totaal willekeurige hyperpersoonlijke combinaties van situaties die je hebt meegemaakt of gezien, dingen die je hebt gedacht en zaken die je onderbewuste bekokstooft.
Ik droom zoals iedereen elke nacht meerdere dromen en onthoud veel.
Ze zijn soms lucide maar altijd chaotisch en levensecht.
Het gebeurt niet zelden dat ik droom dat ik een tentoonstelling heb gemaakt of een optreden moet doen.
In die dromen ben ik vaak gefrustreerd, verbaasd, teleurgesteld of boos over wat ik aantref.
Zelden ben ik blij met het resultaat of de situatie.
Dingen zijn onaf, slecht gemaakt, totaal anders dan ik bedacht had of gewoon heel raar.
Ik moet ter plaatse nog vaak koortsig en overhaast improviseren om er wat van te maken.
Heel soms droom ik iets waar ik echt wat aan denk te hebben in mijn eigen werk.
Ik droomde bijvoorbeeld dat ik een audio-tentoonstelling had gemaakt in het park van het Middelheimmuseum in Antwerpen.
Die tentoonstelling vond ik in mijn droom al erg goed en werd ook erg goed ontvangen.
Iedereen was blij, ik ook.
Ik hoop die tentoonstelling ooit nog te kunnen maken.
Zou een droom zijn.

 

Pim Blokker

Aan realiteit doe ik niet, nooit gedaan ook. Liever hang ik de hele dag laveloos in het café om daarna wakker te worden in een of ander ondergekotst portiek. Een tijdlang heb ik laveloos aan de realiteit gehangen. Het leek helemaal nergens op, iedereen was achter elkaar depressief en om 9 uur moest je naar je werk. Dan zat je achter een of ander kutbureau met wat collega’s. Zat je daar tot een uurtje of 5 en dan kon je weer naar huis. De volgende dag werd dan ook nog eens iedereen ontslagen.
Op een gegeven moment ben ik hardhandig de realiteit uitgezet, een mannetje of 5 kwam me halen en zo hebben ze me ontzet. Visum ingetrokken, zo heette dat. En ik kan je zeggen, het bevalt me prima. Na een tijdje wil je niks anders.
Tegenwoordig woon ik in een riante villa aan zee, los ik wiskundeformules op, en drink wijn van mijn eigen wijngaard.

 

Laurent Jourquin

La vie humaine est un immense chaos composé par des milliards d’individus qui travaillent quotidiennement à lui inventer du sens. »

J’ai longtemps hésité à résumer mon texte à cette simple phrase qui se suffit à elle-même parce qu’ au fond, c’ est une porte ouverte sur de multiples champs d’ interprétations. Mais je sens que je dois en faire un truc un peu plus personnel, donc je me lance :
Les premières théories du rêve commencent au siècle passé avec la psychanalyse et n’ont cessé d’ être remises en question au fil du temps. J’ en ai lu un résumé pour l’ occasion et je ne retiendrai ici que ce qui m’ intéresse afin de construire ma démonstration. Ce faisant, je déforme déjà la réalité théorique actuelle pour n’ en retenir qu’ un fragment. Les théories en développement n’ étant pas considérées comme abouties (une théorie est-elle jamais aboutie ?), on peut considérer que l’ approche que je suis en train de rédiger est une interprétation partielle et déformée d’ une théorie en mutation. Voilà toute la valeur du texte que je suis en train d’ écrire.
Pour ce faire, je réagirai à quelques phrases copiées /collées :
« Pour certains neurobiologistes (Hobson par exemple, très en vogue depuis le milieu des années nonante), le rêve n’ est que le déchet des processus d’ entretien neuronaux! La scorie du vidange/graissage quotidien des circuits de neurones les plus utilisés la veille. Il ne signife donc strictement rien. Il est juste bon à être jeté à la poubelle! »
Cette première citation me donne à penser que le cerveau passe du temps d’ éveil à inventer un sens au temps de sommeil qui en réalité ne produit rien du tout, et un étrange sentiment de vanité est tout ce que je parviens à en extraire.

Mais je continue :
« L’ approche cognitivo-comportementale n’ est guère plus réjouissante. Pour Domhoff (Université de Santa Cruz, Californie), par exemple, seule est pertinente une froide analyse du contenu du rêve (c.-à-d. chacune de ses « briques » constitutives). Toute autre considération ayant trait au «mur » construit – le scénario, le récit – et aux associations et interprétations cherchant à lui donner sens, est nulle et non avenue! »
Les productions du cerveau nocturne n’ ont donc pas de sens et toute tentative d’ interprétation serait une façon de créer quelque chose qui n’ a jamais existé. Si le rêve se résume à une traduction du chaos nocturne à l’ état conscient, la vie se résume à une traduction du chaos diurne en temps réel, et interpréter la vie c’ est refuser qu’ elle n’ a pas de sens. Interpréter la vie c’ est considérer que le sens que je lui donne a valeur de réalité, même si personne ne pense comme moi.
Avant de commencer ce texte, j’ avais en tête de l’ intituler « le rêve n’existe pas plus que la réalité » car la réalité, comme le rêve, doit passer par le filtre de l’ interprétation subjective et que toute interprétation est une trahison. La réalité précède l’ interprétation et seule l’ observation passive et soutenue, sans pensée ni sentiment, peut prétendre respecter cette réalité.

Mais quand il s’ agit de comportements humains, de structuration sociale, d’ idéologies et de croyances, rares sont les interprètes rivés à la seule réalité du grand vide intérieur. Pour la majorité, tout est à réinventer, encore et toujours.
Du coup, Interpréter le réel ou le rêve, c’ est du pareil au même. Il s’ agit bien d’ inventer du sens au chaos, d’ orchestrer des solistes imprévisibles, instables et en désaccord, d’ essayer d’ articuler un texte mélangeant la grammaire et le vocabulaire de centaines de langues différentes. Chacun fait preuve de créativité, d’ invention, de poésie, voire de génie pour parvenir à créer du sens, des repères, des balises, de la sécurité, de la protection, du bien -être….bref : pour donner du sens au rêve.
Ce rêve éveillé a fait naître des cathédrales, des églises, des mosquées, des synagogues, de la technologie, des civilisations, des nations, des identités, des privilèges, des divisions…j’ en passe et de meilleurs. L’ avancée des communications permet de voir avec le recul nécessaire à quel point le monde est fragmenté et à quel point chacun de ces fragments est intimement persuadé de détenir LA vérité alors qu’ il suffrait que chacun se considère dans l’ erreur pour s’ approcher un peu plus de la réalité.

C’ est ce type de raisonnement qui m’ a poussé à produire une version pauvre et en ruine du «Michael Jackson & Bubbles » de Jeff Koons, car l’ art n’ échappe évidemment pas à la règle. Le rêve économique crée la valeur de l’ art en produisant des tendances. Marcel Duchamp affirmait déjà que le collectionneur avait un Dieu: l’ argent. Je m’ émerveille chaque jour en regardant la masse d’ énergie dépensée à lui élever des cathédrales.

 

Roy Villevoye

Beste Els,

Ik heb er tot nog toe helaas weinig tijd voor gehad maar ik wil toch proberen je kort iets te schrijven over hoe ik opnieuw leerde denken over dromen door mijn regelmatige verblijven in Asmat (Papoea) met vrienden daar. Voor hen, mensen die leven in een magisch kennissysteem (tegenover ons rationeel kennissysteem) zijn dromen van dezelfde orde met alle consequenties van dien, als wat bij ons de werkelijkheid is wanneer we wakker zijn. Ze vertellen over zaken die ze meemaken, geesten die verschijnen, mensen, ook overledenen die ze ontmoeten en die dingen zeggen of doen die levensbepalend zijn. Wij zouden dan zeggen: “Dat was in een droom. Dat heb je gedroomd.” Maar voor hen is dat onderscheid er niet. De gevolgen zijn dezelfde als voor zaken die ze in de zg. dagelijkse realiteit aangaan op basis van wat hen duidelijk wordt door deze ervaringen. Ze vertellen het ook niet als: “Ik droomde vannacht…” Ze vertellen het zoals wij, wanneer we daadwerkelijk iets meegemaakt hebben, of iemand ons iets belangrijks zei.

Toen mijn goede Asmat-vrienden Omomá en zijn broer Satí in 2000 voor het eerst bij ons in Nederland waren, voor het eerst überhaupt buiten het regenwoud van Papoea, trof ik ze op een ochtend bij het ontbijt heel opgewonden aan. Die nacht had er in hun slaapkamer (het ruime atelier van een vriend van ons) in het donker een man naar hen staan loeren. Ze stootten elkaar zachtjes aan. De moedigste van de twee stapte uit bed en liep naar deze persoon toe. Die draaide zich om en liep naar een hoek van de zaal. Daar hurkte hij met zijn rug naar een van de broers. Toen deze hem vroeg wat er was, vroeg de gestalte om een sigaret. De broer schrok en wist hierdoor dat dit de geest was van iemand die net overleden was. Hij herkende zijn neef Bernardus uit hun dorp in de jungle. Toen ik hen die ochtend sprak, wilden ze heel ongerust en meteen weten hoe het met Bernardus was. In die tijd was er geen internet, telefoon of iets dergelijks om naar zoiets te informeren (nog steeds niet trouwens!). Via-via missieradio’s kon ik uiteindelijk een bericht sturen of er iemand in hun dorpje dit wilde gaan navragen. Dat was in het gunstigste geval twee dagen roeien van de missiepost. Een week later kwam er via-via de missieradio het bericht terug dat Bernardus een week geleden overleden was.

Op grond van ervaringen zoals die hierboven, die ik bij hen meemaak, had ik graag wat meer geschreven. Ook over dat mijn dromen daar heel anders zijn. Intenser, angstiger, heviger, indrukwekkender. Met veel sterke beelden. Die ook nog aanwezig blijven na het ontwaken. Nachten in het regenwoud zijn sowieso heel luidruchtig met het overstemmende geluid van duizenden kikkers, insecten en regelmatig schreeuwende mensen, huilende honden. Regenbuien die zo hard klinken als nog nooit eerder gehoord. Je bent in een andere, letterlijk duistere ruimte vol leven die zich ver uitstrekt, tot aan de Melkweg toe. Er verschijnt daar ook steeds iemand aan me die ik lang geleden voor het laatst zag. Steeds dezelfde persoon. Daar staat ze weer heel realistisch in dezelfde ruimte met me. En nadat ik wakker word blijft dat dagen bij me. Alsof het echt waar was.

In mijn werk maak ik geen gebruik van dromen. Wel is er regelmatig tussen het ontwaken en niet meteen opstaan een stroom beelden en gedachten die onnavolgbaar zijn. Alles lijkt heel gemakkelijk met elkaar te verbinden. Zowel duistere plannen als fantasieën over totaal vrij zijn en wegen naar nieuwe beelden kunnen meteen worden opgeroepen en lijken mogelijk en dichtbij. Heel dichtbij. Als de juiste conclusie. Er klinkt tijdens het ontwaken ook steevast een song in me die blijft hangen tot tijdens het douchen. De douche is overigens ook wel een van de betere plekken, zo niet de beste. Tijdens het douchen ontstaan er gedachtenreeksen en beelden die alles in me tot een waarachtige eenheid laten samenstromen. Radicale nieuwe werken en diepe inzichten in hoe alles in elkaar steekt doemen uit het niets op. Kernachtig en urgent.
Bij het afdrogen begint de dag, is alles ongemerkt verdwenen en zijn er de dagelijkse lijstjes, voornemens en pogingen tot concentratie en taaie voorwaardenscheppende arbeid om mogelijk tot nieuwe inzichten, besluiten en werken te komen.

Hartelijke groeten,

Roy

 

 

John Isaacs

in dreams.jpg

 

 

Savage

 

Cuckoo landpdf.jpg

 

 

Dreaming in Livings

Published on the occasion of the exhibition Living in Dreams, curated by Els Fiers & Frank Koolen, from the 18th of Feb to the 23th of April 2017, CC De Bond in Bruges.

Essay and interview by Els Fiers

Dreams and answers by Morgan Betz, Pim Blokker, Sara Bomans, Anton Cotteleer, Bas Fontein, Kendell Geers, John Isaacs, Laurent Jourquin, Frank Koolen, Jaap Kroneman, Nishiko, Savage, Lieven Segers, Dennis Tyfus and Roy Villevoye.

1. A single question
Dreaming in Livings is a collection of observations and thoughts, written by artists who participate in the exhibition Living in Dreams. Imagination and dreams are no empty shells to them, so I asked everyone a question: ‘as an artist, do you find your dreams useful, do you use them for your work, and if so, how does that work?’ Only one question seemed sufficient, as there was no need to make the interview any more complicated. The answers turned out te be divers and highly personal, funny, sad, short, long, clouded, logical or absolutely wonderful. Amongst the 27 artists taking part in the show, there are some excellent writers, their contributions are priceless. But first, this…

2. Mini essay
Every now and then, an artist may guide you to another world. Why? That’s a question of great importance. The answers to that question might be diverse, and probably countless. But every now and then it happens and that’s marvelous. Without other realities there would be nothing but the eternal here. Imagine…

Some people visiting a strange city, then there’s this man with a very large hand (Polis X, 2012, Erkka Nissinen)
A huge, furry blow up table (Last Night was Different, 2015, Tom Dale)
A man is terrorised by his neighbour, in trying to handle the situation he comes across a yoga teacher drifting above the rooftops (Flexure, 2016, Bedwyr Williams)

3. Living in Dreams

Other realities are highly recommendable. They bring us distraction and joy, and sometimes they even shed a light on a hopeless situation. In literature love triumphs over time (in reality this barely happens). Consolation and reconciliation, so rare in this world, may be given to people in the other. Nightmares – or the kind of dreams that help you deal with fear – are made visible by artists like Goya. If you’re looking for a life that is more intense or more pleasurable, there’s only one option really. Imaginary worlds and dreamworlds are quite alike, they feed each other and are deeply connected. Some artists dwell in those worlds, they look around carefully, trying to grasp whatever they find interesting. By doing so, they are crossing borders. Imaginary objects and ideas become real, imagination turns into reality. Wishes and ideals, also some kind of dreams, become christal clear in someone’s mind. A very long time ago someone, looking for a practical solution to a problem, imagined a wheel. In somebody’s head a bronze athlete, a light bulb or a cure for tuberculosis emerged as a real thing. Sooner or later these images of the mind became reality and changed the course of the world. Oscar Wilde once said imagination was love. Perhaps he never said anything like that.

4. Unfortunately
Unfortunately we can’t dwell in our dreams forever. If we would do so, we’d starve to death. Living in Dreams is a problem. It’s impossible. Yet this kind of contradiction is exactly what we’re looking for, when it comes to a context for exhibiting art. Let’s add some questions to it all. Why not dance on the edge of the volcano? What if the dreamer turns out to be the true realist?

Living in Dreams embraces imagination. We’ve put together an exhibition in which dreams and images of the mind became reality. We’ve got some naive, cruel, absurd, intense and contradictory work on our list, but one can never be sure. Sometimes a dream is beautiful until you tell someone, then it may become terrifying. Or a nightmare, imagine a nightmare with a germ of beauty in it. Complexity, in art as in dreams, is what we’re aiming for. Living in Dreams is a gate to another dimension. Whenever you need to dwell in different worlds, for work or for any other reason, you have to come back from it. Back to your daily routine, back to the traffic jams, to paying your bills, to catching colds, to sickness, death and flat tires. There’s no other way. But the gate will always be open, and possibilities will always remain unlimited. And the gate will be open to everyone.

5. About us
Artists in the show were invited because of their fascinating sense of reality and their magical (dream)worlds. Nel Aerts (BE), Feiko Beckers NL), Morgan Betz (NL), Pim Blokker (NL), Sara Bomans (BE), Melanie Bonajo (NL), Kim David Bots (NL), Vaast Colson (BE), Anton Cotteleer (BE), Tom Dale (UK), Kendell Geers (SA), HeHe (UK, DE), Gerard Herman (BE), Laurent Jourquin BE), John Isaacs (UK), Frank Koolen (NL), Jaap Kroneman (NL), Nishiko (JP), Erkka Nissinen (FI), Sarah & Charles (BE), Savage (UK), Lieven Segers (BE), Dennis Tyfus (BE), Roy Villevoye (NL), Heidi Voet (BE) and Bedwyr Williams (UK).

Frank Koolen (artist) and Els Fiers (critic, writer) are the guest curators of Living in Dreams. Basically, we’ve invited artists with a certain, critical and humorous mindset. What if their work and energy is brought together in a single space, we wondered. Yet, what we really tried was to make an exhibition as we dreamed it.

6. The answers
Fifteen artists responded to my call, and gave an answer to my question (‘do you use your dreams in your work, and if so, how?). This is what they said:

see  6. De antwoorden

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: